De regeling van ons hongergevoel, lichaamsgewicht en energieverbruik is een zeer complex biologisch proces. Het is meer dan een kwestie van wilskracht of ‘te veel eten en te weinig bewegen’. Dit artikel probeert meer inzicht te bieden in het onderliggende probleem van de ziekte ‘obesitas’ bij volwassenen.

Obesitas is meer dan een getal op de weegschaal. Het is een aandoening die uw lichaam en welzijn beïnvloedt — en waar u niet alleen doorheen hoeft.

Wat is obesitas?

Obesitas wordt historisch gedefinieerd als een BMI (Body Mass Index) boven de 30. BMI wordt ook gebruikt om overgewicht en obesitas in categorieën onder te verdelen, omdat we weten dat het risico op problemen met de gezondheid toeneemt bij een stijgende BMI. Belangrijk om te onthouden: dit cijfer alleen vertelt zeker niet het hele verhaal. BMI is een handig screeningsinstrument, maar houdt geen rekening met de verdeling van het vetweefsel, de spiermassa of individuele gezondheidsfactoren.

TABEL: Classificatie van overgewicht en obesitas volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
BMI (kg/m²)Classificatie gewicht (WHO)Gezondheidsrisico
18,5 – 24,9Normaal gewicht
25,0 – 29,9OvergewichtLicht verhoogd
30,0 – 34,9Obesitas klasse IMatig verhoogd
35,0 – 39,9Obesitas klasse IIErnstig verhoogd
≥ 40,0Obesitas klasse IIIZeer ernstig verhoogd

Sinds 1997 is obesitas door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) erkend als ziekte. Het is een chronische, steeds terugkerende (‘recidiverende’) aandoening waarbij er te veel vet in het lichaam aanwezig is, vaak in en rond verschillende organen in de buik (darmen, lever, alvleesklier, nieren): dit is het zogenaamde buikvet of ‘viscerale vetweefsel’. Dit vetweefsel wordt als een orgaan op zich beschouwd en als dit orgaan niet goed functioneert, heeft dit een mogelijke impact op het ontstaan van heel wat ziektes. Het gaat dus niet alleen om gewicht, maar om hoe uw lichaam vet opslaat en hoe dit uw gezondheid en dagelijks functioneren beïnvloedt. Deze nieuwe manier van definiëren benadrukt de noodzaak voor een alomvattende medische behandeling, die in de meeste gevallen ook volgehouden en vaak levenslang moet zijn.

Komt obesitas vaak voor?

Ja. Obesitas en overgewicht komen steeds vaker voor en vormen vandaag wereldwijd een belangrijk gezondheidsprobleem. Het aantal mensen met overgewicht is de voorbije decennia sterk toegenomen, in zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden. Er wordt geschat dat wereldwijd 1 miljard personen leven met obesitas. Ook in België zien we deze evolutie. Tussen 42% en 71% van de Belgische volwassenen leeft met overgewicht (afhankelijk van hun leeftijdscategorie). Ongeveer 18% van de totale Belgische bevolking heeft zelfs obesitas, dat zijn 2,2 miljoen Belgen. Deze aantallen nemen nog toe: tegen 2050 zou 70% van de bevolking met overgewicht of obesitas te maken krijgen als er niet wordt ingegrepen.

U bent dus zeker niet alleen. Veel mensen worstelen met hun gewicht, wat onderstreept dat obesitas een veelvoorkomende aandoening is, en geen individueel falen.

Veel mensen worstelen met hun gewicht. Obesitas is een belangrijk gezondheidsprobleem op grote schaal, het is geen individueel falen.

Hoe ontstaat obesitas?

Vandaag weten we dat obesitas een complexe, chronische aandoening is, beïnvloed door verschillende factoren in het lichaam (biologisch en psychologisch) en de omgeving.

Obesitas is niet enkel het gevolg van te veel eten en te weinig bewegen. Hoewel voeding en beweging belangrijk zijn, is obesitas zelden het resultaat van enkel de leefstijl. De ontwikkeling van obesitas wordt beïnvloed door onder andere:

  • Genetische aanleg: sommige mensen zijn gevoeliger voor gewichtstoename, in andere families zie je een duidelijke aanleg om slank te zijn.
  • Hormonale en biologische processen die honger en verzadiging regelen
  • Omgevingsfactoren: ongezonde en energierijke voeding is veel meer beschikbaar geworden dan enkele tientallen tot honderen jaren geleden.
  • Lichaamsbeweging: we bewegen veel minder dan onze voorouders in zowel ons beroeps-als privéleven (meer ‘sedentair’ gedrag)
  • Slaaptekort en chronische stress beïnvloeden onze gemoedstoestand, onze energiebalans en ons eetgedrag.
  • Medicatie of medische aandoeningen kunnen gewichtstoename bevorderen
  • Psychologische factoren, zoals emotioneel eten of eetstoornissen

Er bestaan tussen individuen grote verschillen in al deze factoren, wat verklaart waarom in hetzelfde leefmilieu de ene persoon een normaal gewicht kan behouden en een ander persoon veel gewicht aankomt.

Waarom is afvallen zo moeilijk?

Afvallen is moeilijk omdat uw lichaam actief probeert uw gewicht te behouden. Dit is biologisch geprogrammeerd om de mens(heid) te beschermen in situaties van schaarste en hongersnood. Bij een vermageringsdieet gaan de eerste kilo’s meestal relatief vlot, omdat u eerst vooral reservestoffen uit de lever en lichaamswater verliest. Wanneer u verder gewicht verliest, reageert uw lichaam met verschillende biologische aanpassingen: u krijgt meer honger en uw energieverbruik daalt. Dit maakt het steeds moeilijker om verder af te vallen of het gewichtsverlies te behouden.

Heb ik obesitas? Hoe wordt het vastgesteld?

Obesitas wordt nog steeds bepaald op basis van uw gewicht in verhouding tot uw lengte: dit is de zogenaamde BMI (Body Mass Index). Een BMI vanaf 25 wijst op overgewicht, een BMI vanaf 30 betekent obesitas. In de bovenstaande tabel kunt u de verschillende categorieën. Het is verder belangrijk te vermelden dat naast de BMI ook andere metingen een belangrijke rol spelen.

De buikomtrek of taille-omtrek geeft een inschatting van het buikvet, en dat correleert beter met de gezondheidsrisico’s dan je BMI.

Buikomtrek of taille-omtrek

De buikomtrek is een belangrijke parameter, omdat vet rond de buik meer invloed heeft op uw gezondheid. Bij vrouwen kan een tailleomtrek vanaf 80 cm wijzen op een verhoogd gezondheidsrisico, vanaf 88 cm op een sterk verhoogd risico. Bij mannen liggen deze grenzen op respectievelijk 94 cm en 102 cm. De buikomtrek of taille-omtrek geeft een inschatting van het buikvet, en dat correleert beter met de gezondheidsrisico’s dan je BMI.

De buikomtrek bepaalt het gezondheidsrisico en er zijn afkapwaarden voor mannen en vrouwen

Zo kunt u zelf aan de slag:

U kan uw BMI eenvoudig berekenen door uw gewicht (in kilogram) te delen door uw lengte (in meter) in het kwadraat.

BMI = gewicht kg / lengte (m) x lengte (m)

Uw buikomtrek kunt u bij zichzelf meten of dit door iemand anders laten doen:

  • Gebruik een soepel meetlint
  • Meet rechtstaand, met ontbloot bovenlichaam of dunne kledij. Zet de voeten ontspannen uiteen op heupbreedte.
  • Plaats het meetlint horizontaal rond uw taille, halverwege tussen de onderste rib en de bovenkant van het bekken, onafhankelijk waar de navel zich bevindt.
  • Het meetlint moet mooi horizontaal zitten
  • Zorg dat het lint niet te strak zit en niet in de huid drukt
  • Adem normaal uit en lees dan de omtrek af.

Interactieve tool

Als u uw gewicht, lengte en buikomtrek in deze calculator ingeeft, kan u visualiseren wat uw WHO-gewichtsklasse is en welk gezondheidsrisico u hebt tengevolge van uw gewicht

(calculator invoegen in nieuwe rij)

Deze metingen geven een eerste inschatting, maar zeggen niet alles. Een arts bekijkt steeds het volledige plaatje, inclusief uw gezondheid en eventuele klachten. Het is ook belangrijk om de metingen regelmatig te herhalen, telkens in dezelfde omstandigheden, om veranderingen op te volgen. Dit kan motiverend werken en maakt een goede opvolging mogelijk.